Bienvenue sur Nobel

Encodez vos login et mot de passe pour avoir accès à votre espace personnel " My Nobel ".


Inscrivez-vous également à l'aide du formulaire ad hoc si vous n'êtes pas encore référencé sur Nobel, que vous soyez artiste ou professionnel du monde de l'art.

Login



ANNEREL Stefan

Kusseneers Gallery

Antwerpen


Téléphone fixe : + 32 (0)3 257 24 00


Téléphone portable : + 32 475 65 11 09


info@kusseneers.com




ANNEREL Stefan

(Termonde, 1970)





Peintre. Formation à l'Institut Supérieur d'Anvers. Dans la presse: «Ses oeuvres, dans lesquelles le vert et l'ocre dominent, dépassent la distinction qu'on est tenté d'établir entre la figuration et son antipode. S.A. part cependant de données concrètes: un morceau de paysage urbain, des maisons, des arbres, des autos, du mouvement; des données banales ou quotidiennes qu'il développe sur une grande toile et d'une manière surprenante et émouvante.» et «Bien que ses toiles partent pour la plupart d'une expérience ou d'une émotion concrète, elles sont néanmoins surtout des actes picturaux dans lesquels les transparences n'ont pas un rôle négligeable, dans lesquels il crée un rythme, dans lesquels on décèle la présence d'une évidente concentration et dans lesquels il consacre encore de l'attention à l'élaboration de l'ensemble. On peut décrire ses tableaux comme une méditation profonde sur la peinture et la transparence, sur la couleur et le motif, sur l'ombre et la lumière.» et «Bien que ses sujets ne soient plus les mêmes qu'auparavant (des paysages urbains), son oeuvre trahit cependant encore l'aspiration à une picturalité noble où la figuration et l'abstraction se mêlent encore fréquemment.» (1997) En 1993, il obtient le Prix Godecharle pour la peinture.






Parole d'Artiste


Stefan Annerel of de kunst van het misleiden

Het is als met je neus tegen een muur gedrukt staan. Je ziet de muur, maar je ziet hem niet. Je ziet de kleur van de muur, zijn structuur, maar de muur zelf blijft verborgen. Dat doet denken aan het volgende: het is mogelijk om zo te focussen op iets, dat je niet meer weet waarop - dat het beeld dat je verkrijgt niet helder wordt, maar wazig. Zoals wanneer je je zo concentreert op een gedachte, dat je haar verliest, er los van komt. Iets dat troebel is, hoeft niet het tegenovergestelde te zijn van iets dat helder is: het kan ook in het verlengde ervan liggen, als een nadrukkelijke helderheid die zo tot in haar uiterste consequenties is doorgedacht dat ze verdwijnt.
Diezelfde structuur ligt aan de basis van het werk van Stefan Annerel (°1970). Motieven ontleend aan afbeeldingen voor dagelijks gebruik - publiciteitsfoto's, textielpatronen, kortom allerlei images trouvées - isoleert hij en blaast hij op tot zulke proporties dat ze niet langer herkenbaar zijn. Of beter: net niet meer herkenbaar zijn. Want kijken naar deze beelden is balanceren tussen zien en net niet zien. Het is anticiperen op de lichte schok van de plotse herkenning - die meestal echter uitblijft, net uitblijft. Een beeld van Annerel is een woord dat op het puntje van je tong ligt - en daar blijft liggen, je net ontglipt. Het is een voortdurend bijna gelukkig zijn vanwege het bijna overwinnen van een haperend geheugen.
Maar het enjeu van Annerels spel van kennen er herkennen is veel groter. De fundamentele inzet van dit werk is de verhouding tussen kunst en werkelijkheid - tussen de afbeelding en het afgebeelde ding. Waar het hier om gaat is de illusie, die fictie en realiteit schijnbaar naadloos in elkaar doet overvloeien.
Er zijn echter twee soorten illusies. Er is de illusie die betrekking heeft op de werkelijkheid: de trompe-l'oeil, de zinsbegoocheling, waardoor een kunstwerk - neem een schilderij - zich als iets werkelijk kan presenteren in plaats van als iets artificieels. Een landschap pretendeert een landschap te zijn, maar is in feite pigment op canvas. Een in abstracte vorm gevat idee is niet dat idee, maar de uitdrukking ervan. Met dit soort illusies is Annerels werk slechts indirect begaan. In het hart ervan schuilt echter een vreemde paradox die wel van belang is: hoe meer iets op de werkelijkheid lijkt, hoe groter de illusie; hoe dichter een werk de realiteit op de huid ligt, hoe geslaagder het is in zijn kunstmatigheid en hoe meer het zich dus opnieuw onderscheidt van de realiteit. Ongeveer zoals wanneer je van te dichtbij naar een muur wil kijken.
Een illusie van de tweede categorie doet iets met die paradox. Het is een illusie die niet enkel op de werkelijkheid betrekking heeft, maar ook op zichzelf - op de begoocheling: zelfbewust kaart ze de gespannen verhouding aan tussen wat lijkt te zijn en wat werkelijk is. Ze glosseert zichzelf als illusie. Het is tot deze groep dat de illusies in Annerels werk behoren. Hun misleiding bestaat er niet meer enkel in dat zij voorwenden iets te zijn wat zij niet zijn, maar is totaal.
Annerels werken bieden zich aan als glanzend en transparant, maar zijn in feite doortrapt en uitgekookt. Ze doen zich voor als abstracte stukken, waardoor hun op illusies gebouwde band met de werkelijkheid veel minder sterk - en dus veel minder problematisch - lijkt. In realiteit gaat het echter om uitvergrotingen van uit de werkelijkheid weggeknipte details. (Annerels gebruik van de verkleinende term ?maquettes' om zijn werk te betitelen is gewoon een andere misleiding). Brengt dit het werk schijnbaar opnieuw dichter bij de werkelijkheid, dan wordt dat weer teniet gedaan door een andere strategie. Door zijn motieven in afbeeldingen en foto's te zoeken en niet in de werkelijkheid zelf, bouwt de kunstenaar een soort tussenniveau in, een extra stap die de afstand tot die werkelijkheid opnieuw vergroot. Kunst en realiteit gaan op die manier samen in een voortdurend spel van aantrekking en afstoting - een spel dat nog eens versterkt wordt door het aarzelen tussen herkennen (het geloven in de illusie van het afgebeelde) en het net niet herkennen (het onderkennen van enkel het materiële kunstwerk zelf).
Ook het métier is van belang. De kunstenaar bouwt zijn werken zorgvuldig op: hij kopieert zijn motieven met verf en tape, die hij in verschillende lagen aanbrengt op het canvas, telkens overgoten met transparante hars. Op die manier wordt diepte in het werk gecreëerd - geen illusoire diepte, tot stand gebracht door lineair of kleurenperspectief, maar werkelijke, bijna tastbare diepte. Maar opnieuw wordt ook meteen in vraag gesteld wat werkelijk is en wat illusie. Want de gladgepolijste toplaag waarmee deze werken zijn afgewerkt, ontneemt hen alle tactiliteit en ontkent op die manier hun diepte. De gebruikelijke schilderkunstige illusie wordt, met andere woorden, op zijn kop gezet: waar een traditioneel figuratief schilderij in essentie tweedimensionaal is en een schijn van driedimensionaliteit poogt te scheppen, doet dit werk het omgekeerde: het heeft een werkelijke, letterlijke diepte, maar creëert de illusie plat te zijn.
Het hele werk van Annerel speelt mee in dit misleidende spel van feitelijkheid en fictie. Kleurbanen of kleine details lijken boven andere elementen te liggen, maar liggen er in feite onder: de vraag naar wat waarheid is en wat verdichting heeft zo niet langer betrekking op de werkelijkheid, maar op de manier waarop die wordt afgebeeld - op het beeld zelf. Andere vlakken lijken te zijn opgebouwd uit tape, maar zijn in feite kundig als tape nageschilderde kleurvelden: de kunstenaar beeldt niet langer de werkelijkheid af, maar wel het materiaal waarmee hij zijn illusies in elkaar zet. De illusie is zo zelf het onderwerp van een illusie geworden: de misleiding wordt misleid.
Soms werkt Annerel ook op kleine, ambachtelijke kunstwerkjes: op schilderijtjes, keramiektegels, zelfs borduurwerkjes, die hij overplakt en overschildert tot zijn eigen beelden deze werkjes bijna helemaal overwoekeren. Dat is geen beeldenstormerij, maar maakt deel uit van hetzelfde spel: de werkelijkheid die we door de beelden heen zien - zoals we die doorheen de illusie zien - blijkt niet de werkelijkheid zelf, maar een andere fictie, een andere afbeelding van die werkelijkheid.
Een werk van Annerel is zo nooit wat het lijkt, en lijkt nooit wat het is. De illusies hier zijn geen gewone, maar geëmuleerde illusies: het zijn visuele doubles entendres - die naar zichzelf luisteren; glossy glossen - die op zichzelf betrekking hebben.


Jan Dirk Baetens

Expositions


Confluence & Consequence

jeudi 08 septembre 2011 > samedi 22 octobre 2011

solo tentoonstelling Stefan Annerel